zondag 8 november 2020

Wees heilig, want Ik ben heilig

Herken je dat? Dat je ineens iets op je hart krijgt om te doen? Hoe meer je er over na denkt, hoe enthousiaster je wordt. En dat werkt dan weer aanstekelijk voor anderen Je deelt het met anderen en die gaan er helemaal in mee. En voor je het weet, ben je al aan de slag!

In mijn stille tijd werd ik bepaald bij een dergelijke situatie. 

De legerleiders van Israël zijn bij elkaar gekomen in Hebron "om het koningschap van Saul op hem te laten overgaan, overeenkomstig het bevel van de HEERE." (1 Kronieken 12:23) "Al deze strijdbare mannen kwamen in gesloten gelederen en met een volkomen hart naar Hebron om David koning te maken over heel Israël. En ook heel de rest van Israël was één van hart om David koning te maken." (1 Kronieken 12:38) Drie dagen lang wordt er feest gevierd! Dankbaar dat Gods belofte van een nieuwe koning in vervulling is gegaan. God heeft voorzien! We hebben weer een koning! Een koning naar Gods hart! "Er was blijdschap in heel Israël." (1 Kronieken 12:40)
David is vol dankbaarheid! Ook naar God toe! En dan krijgt hij iets op zijn hart! "En David zei tegen heel de gemeente van Israël: Als het u goeddunkt en als het van de HEERE, onze God, is, laten wij ons dan verspreiden, laten wij boden sturen naar onze overige broeders in alle gebieden van Israël, en met hen ook naar de priesters en Levieten in de steden met hun weidegronden, en laten zij zich bij ons voegen. En laten we de ark van onze God naar ons terughalen, want in de dagen van Saul hebben wij er niet naar gevraagd." (1 Kronieken 13:2-3) Wat een geweldig plan! Dat maakt het feest helemaal compleet! Iedereen is enthousiast! "Toen zei heel de gemeente, dat men het zo doen zou, want die zaak was goed in de ogen van heel het volk." (1 Kronieken 13:4)

Aan de slag
David voegt meteen de daad bij het woord. Boden worden er op uit gestuurd. Er wordt een kar geregeld en de ark wordt opgehaald! Op naar Jeruzalem! "En David en heel Israël huppelden voor het aangezicht van God, uit alle macht, met liederen, met harpen, met luiten, met tamboerijnen, met cimbalen en met trompetten." (1 Kronieken 13:8)

Maar wat begint met een geweldig plan en verder gaat met een groot feest eindigt in een drama! De runderen, die de kar met daarop de ark trekken, struikelen! In een reflex grijpt Uzza de ark om te voorkomen dat die op de grond valt. "Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Uzza, en Hij strafte hem, omdat hij zijn hand naar de ark had uitgestoken; en hij stierf daar voor het aangezicht van God." (1 Kronieken 13:10) En dan is er grote verslagenheid!

David is geheel uit het veld geslagen! Het was zo'n geweldig plan! Iedereen stemde er enthousiast mee in! Dit moest wel van God zijn! En dan gebeurt dit! Hoe dan? Waar is het mis gegaan? Waarom doet God dit? "David ontstak in woede, omdat de HEERE Uzza een zware slag had toegebracht; en hij noemde die plaats Perez-Uzza, tot op deze dag." (1 Kronieken 13:11) Uzza betekent 'sterkte, kracht'. Perez bekent 'breuk, doorbraak'. David zegt hier dus eigenlijk: de kracht is gebroken. God is enerzijds heel dicht bij, maar voelt voor David tegelijk als heel ver weg! Het voelt alsof de bodem even onder hem vandaan zakt.

"David was op die dag bevreesd voor God, en zei: Hoe moet ik de ark van God bij mij brengen. Daarom liet David de ark niet bij zich in de stad van David brengen, maar hij liet hem uitwijken naar het huis van Obed-Edom, de Gethiet. Zo bleef de ark van God bij het gezin van Obed-Edom, in diens huis, drie maanden lang; en de HEERE zegende het huis van Obed-Edom en alles wat hij had." (1 Kronieken 13:12-14)

David zit in tweestrijd. Aan de ene kant wil hij zijn plan niet los laten. Het voelt voor hem niet goed, dat de ark niet in Jeruzalem is. Maar tegelijk is er de verslagenheid en zijn geloofsstrijd. Was dit dan toch niet Gods plan? Waarom heeft God Uzza, en daarmee het hele volk, zó geslagen? Grote vrees heeft zich meester gemaakt van David. Hij is even helemaal de kluts kwijt. Zo kan hij niet verder met zijn plan. En misschien, maar dat is mijn invulling, misschien kan David zo ook wel even niet verder met God. En dus besluit hij om de ark bij Obed-Edom te stallen. 

Tijd van bezinning
Daarna lijkt het leven gewoon verder te gaan. Want in het volgende hoofdstuk lezen we over de strijd met de Filistijnen. "En David vroeg aan God: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult U hen in mijn hand geven? En de HEERE zei tegen hem: Trek op, en Ik zal hen in uw hand geven." (1 Kronieken 14:10) En een stukje verder: "David vroeg God weer om raad en God zei tegen hem: U moet niet achter hen aan optrekken; maak een omtrekkende beweging van boven hen, zodat u bij hen komt van de zijde van de moerbeibomen." (1 Kronieken 14:14)

Ondanks zijn boosheid op God, zijn verslagenheid, blijft David God toch zoeken ... Aan de ene kant lijkt hij God dus even helemaal kwijt te zijn. Maar aan de andere kant blijft hij op God vertrouwen en het van God verwachten. Misschien wel tegen zijn gevoel in.

Maar ook al gaat het leven door, David kan de situatie van de ark niet los laten. Nog steeds is er het verlangen om de ark naar Jeruzalem te halen: "David bouwde voor zichzelf huizen in de stad van David; en hij maakte voor de ark van God een plaats gereed, en zette er een tent voor op." (1 Kronieken 15:1) Drie maanden na de eerste poging moet het nu echt gaan gebeuren! Maar we krijgen ook een inkijkje dat er in die drie maanden iets belangrijks is gebeurd! "Toen zei David: Niemand mag de ark van God dragen dan alleen de Levieten, want hen heeft de HEERE gekozen om de ark van God te dragen en Hem tot in eeuwigheid te dienen." (1 Kronieken 15:2) Dit wijst er op, dat David deze drie maanden heeft gebruikt om niet alleen God te zoeken, maar ook om te bestuderen wat Gods voorschriften waren rond de ark. 

David realiseert zich, dat hij het samen met God moet blijven doen! Maar ook dat hij het moet doen zoals God het heeft gezegd en bedoeld en niet op zijn eigen manier. En, heel belangrijk, David realiseert zich ook, dat hij Gods heiligheid compleet uit het oog verloren was. Zelfs al waren Davids bedoelingen nog zo goed en nog zo puur en vanuit een verlangen om God te dienen, dat doet niets af aan Gods heiligheid.

"Hij zei tegen hen: U bent familiehoofden van de Levieten. Heiligt u, u en uw broeders, om de ark van de HEERE, de God van Israël, op te halen en naar de plaats te brengen die ik voor hem gereedgemaakt heb. Want omdat u dit de eerste keer niet gedaan hebt, heeft de HEERE, onze God, ons een zware slag toegebracht, omdat wij Hem niet hebben geraadpleegd overeenkomstig de bepaling. Toen heiligden de priesters en Levieten zich om de ark van de HEERE, de God van Israël, op te halen." (1 Kronieken 15:12-14)

"Zo bracht heel Israël de ark van het verbond van de HEERE over, met gejuich en met bazuingeschal, met trompetten en met cimbalen; en zij lieten muziek horen met luiten en harpen." (1 Kronieken 15:28) Nu is het écht feest! En als de ark naar de tent gebracht is die David hiervoor neer gezet had, worden er eerst offers gebracht en daarna volgt een speciale dienst waar David een zelfgeschreven psalm ten gehore brengt. (Het eerste deel hiervan, 1 Kronieken 16:8-22 komt overeen met wij kennen als Psalm 105:1-15. Vers 23-33 komt overeen met Psalm 96, vers 34 komen we als vers tegen in Psalm 106, 107, 118, 135 en 136 en de verzen 35-36 komen terug in Psalm 106:47-48)

Gods heiligheid
Soms kunnen we iets op ons hart krijgen, waarvan we echt het gevoel hebben, dat God het op ons hart legt. Vaak raakt het aan iets wat ook heel erg dicht bij ons hart ligt of past bij wie we zijn als mens. (Al legt God soms ook dingen op ons hart, die buiten onze comfortzone liggen!) Het kan een vuur in ons ontsteken en hoe meer we er over na denken, hoe enthousiaster we worden. Voor we er erg in hebben zijn we al aan de slag. Misschien hebben we God al heel vaak gevraagd wat we mogen betekenen voor Zijn Koninkrijk. Misschien hebben we lang moeten wachten op antwoord. En als dan het moment daar is, dan kunnen we niet wachten. Aan de slag! En vervolgens lopen we het risico dat we God voorbij rennen en Hem niet meer zoeken tijdens de verdere uitvoering van het plan. 

David kreeg het op zijn hart om de ark naar Jeruzalem te halen. Hij ging niet meteen aan de slag trouwens! Hij zocht bevestiging van de leiders en van het volk voordat hij aan de slag ging. Maar in de uitvoering vergat hij om God te zoeken. En op een pijnlijke wijze ontdekt David, dat hij vergeten is om Gods Woord te bestuderen om te onderzoeken hoe God wil dat hij zou handelen en ook vergat David Gods heiligheid! Meerdere keren zegt God in Leviticus: "Heilig moet u zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig." 

Ja, maar dat was in het Oude Testament zul je misschien denken ... Helaas ... Daar komen we niet mee weg. Petrus schrijft: "Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig. En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandel dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw vreemdelingschap, in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam." (1 Petrus 1:15-19)

Anders dan in de tijd van het Oude Testament mogen wij direct tot God naderen en Zijn aanwezigheid zoeken. Mogen we arbeiden in Zijn Koninkrijk in nauwe verbondenheid met Hem! Maar laten we niet vergeten wat daar voor nodig was! Jezus' bloed moest vloeien om ons "vrij te kopen" van onze oude levenswandel. Hij moest sterven om ons te heiligen. De weg naar de Vader is weer vrij, maar nooit buiten Jezus om. Alleen als we daar van doordrongen zijn en daaruit leven, zijn we bruikbare instrumenten.

Ik haal hier voor mijzelf drie belangrijke lessen uit: 

1. Blijf voortdurend in gesprek met God, ook als je gevoel even anders is.
2. Doe wat God op je hart legt op Gods manier en niet op jouw manier.
3. Wees je voortdurend bewust van Gods heiligheid.


Gebed
Here Jezus, vergeef mij, dat ik zo vaak denk dat ik het alleen wel kan. Vergeef me dat ik aan de haal ga met de plannen en ideeën die U door Uw Heilige Geest op mijn hart legt. Vergeef me dat ik vergeet, Vader, om Uw Woord in te duiken om te zoeken naar wat U daar door heen tegen mij te zeggen hebt. Vergeef me dat ik Uw heiligheid soms uit het oog verlies en probeer om U mijn wil te laten doen in plaats van dat ik Uw wil doe. Help mij, Vader, om U niet alleen te vragen wát ik mag gaan doen, maar ook steeds weer U te vragen hóe ik dat moet doen. Help me om steeds weer tijd te maken om in Uw nabijheid te zijn, alles aan U voor te leggen en te onderzoeken wat Uw plan en Uw wil is; in elke situatie waar ik voor kom te staan. Laat Uw wil geschieden, Vader, in alles wat ik doe. Zodat Uw Naam er door verheerlijkt zal worden! Amen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten